Over Olof Palme

palme_bildOp de avond van 28 februari 1986 wordt de Zweedse premier Olof Palme in zijn rug geschoten na een bioscoopbezoek met zijn vrouw. De wereld is in shock. De schutter ontvlucht en na al die tijd is de moord nog steeds niet opgelost. Wel doen er honderden theorieën de ronde met verschillende potentiële moordenaars: een Zuid-Afrikaanse geheimagent, de Koerdische beweging PKK, iemand in opdracht van de Zweedse staat zelf, een alcoholist, zijn eigen vrouw; de lijst wordt alleen maar langer. De fouten in het politieonderzoek hebben zich opgestapeld en het dossier is inmiddels 225 meter dik. Honderddertig mensen hebben de moord uit zichzelf bekend. Kortom: een Zweedse thriller, maar dan echt gebeurd.

Mahatma Gandhi, Nelson Mandela, Martin Luther King en… onze eigen Europese Olof Palme. Allen waren grote persoonlijkheden die zich sterk inzetten voor de wereldvrede en geloofden in de vrijheid en gelijkheid van elk individu. Allen hadden ze het vermogen om mensen zich verbonden te laten voelen. En allen betaalden ze een hoge prijs voor hun idealen.

Olof Palme was omstreden. Hij brak met de Zweedse traditie om neutraal te blijven. Hij had zware kritiek op de rol van de Verenigde Staten in de Vietnamoorlog, hij streed tegen de aanwas van nucleaire wapens, tegen de Apartheid in Zuid-Afrika en de financiële malaise in derde wereldlanden. Om te laten zien dat hij welwillend stond tegenover iedereen in de wereld, ging hij in debat met onder andere Fidel Castro en Yassir Arafat. Daarnaast was hij een politicus met een kunstenaarsziel. In zijn speeches citeerde hij met regelmaat filosofen, dichters en schrijvers. Hij was een man die aanzette tot dromen. Hij zei: “Het gaat niet om het bereiken van de utopie, maar om het streven ernaar”.

Fons de Poel maakte voor KRO’s Brandpunt een reportage over de moord op Palme. Klik hier om deze te bekijken.